ECLI:NL:HR:2004:AP1187
Hoge Raad
- Cassatie
- F.H. Koster
- G.J.M. Corstens
- J.W. Ilsink
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad bevestigt begin van uitvoering bij poging verboden vuurwerkbezit
Op 6 december 1999 reed verdachte met een bestelauto naar een loods in Coevorden om verboden vuurwerk af te halen, nadat hij dit had besteld. Kort voor zijn aankomst arriveerde een medeverdachte met een bestelauto om vuurwerk in te laden. Beide stonden via zendapparatuur met elkaar in contact. Het hof verklaarde bewezen dat verdachte het vuurwerk met opzet wilde bezitten en dat hij een begin van uitvoering had gemaakt.
De Hoge Raad oordeelt dat het hof geen onjuiste rechtsopvatting heeft gegeven door te stellen dat de gedraging van verdachte naar haar uiterlijke verschijningsvorm gericht was op voltooiing van het misdrijf. Het cassatieberoep faalt omdat de bewijsmiddelen voldoende zijn om het begin van uitvoering aan te nemen.
Het arrest bevestigt dat het rijden naar de loods met het oog op het afhalen van verboden vuurwerk en de communicatie via portofoon met een medeverdachte een concreet begin van uitvoering vormt. Het beroep wordt verworpen en de eerdere veroordeling blijft in stand.
Uitkomst: Het cassatieberoep wordt verworpen en de veroordeling voor poging tot verboden vuurwerkbezit blijft in stand.