ECLI:NL:PHR:2011:BP0180
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Toelaatbaarheid van uitbreiding voorlopige tenlastelegging met andere feiten volgens art. 314a Sv
In deze zaak stond de vraag centraal in hoeverre een voorlopige tenlastelegging kan worden uitgebreid met feiten die van een andere aard zijn dan de oorspronkelijke feiten. De verdachte was aanvankelijk beschuldigd van vier brandstichtingen. Later werd de tenlastelegging uitgebreid met een vijfde brandstichting, een overtreding van de Wet wapens en munitie en twee diefstallen. De verdediging stelde dat deze uitbreiding niet toelaatbaar was omdat de aanvullende feiten niet te relateren zouden zijn aan het oorspronkelijke feitencomplex.
De rechtbank en het hof oordeelden dat er wel voldoende verband bestond omdat de aanvullende feiten in het kader van hetzelfde voorbereidende onderzoek naar de brandstichtingen aan het licht waren gekomen. De Hoge Raad bevestigde dit oordeel en verduidelijkte dat het vereiste verband niet inhoudt dat de feiten eenzelfde inhoud en strekking moeten hebben, maar dat zij in hetzelfde onderzoek zijn onderzocht en in voldoende mate met elkaar in relatie staan.
De Hoge Raad verwees uitgebreid naar wetsgeschiedenis en eerdere jurisprudentie, waaronder arresten waarin werd benadrukt dat de officier van justitie niet zomaar een geheel nieuwe zaak mag introduceren, maar wel feiten mag toevoegen die voortvloeien uit hetzelfde onderzoek. De belangen van de verdediging worden beschermd door de toepasselijke procesregels. Het middel van de verdediging faalde, en het beroep werd verworpen.
Uitkomst: De Hoge Raad verwierp het cassatiemiddel en bevestigde dat de uitbreiding van de voorlopige tenlastelegging toelaatbaar was vanwege voldoende verband tussen de feiten.