ECLI:NL:HR:2010:BM6904
Hoge Raad
- Cassatie
- A.J.A. van Dorst
- H.A.G. Splinter-van Kan
- C.H.W.M. Sterk
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad vernietigt deel arrest over onrechtmatige DNA-afname en terugwijzing zaak
In deze strafzaak werd verdachte verdacht van meerdere diefstallen door middel van braak, gepleegd op diverse data en locaties. De officier van justitie had de voorlopige tenlastelegging op grond van artikel 314a Sv aangepast en uitgebreid met bijkomende feiten, waaronder diefstallen buiten de oorspronkelijke periode.
De verdediging stelde onder meer dat de aanpassing van de tenlastelegging niet toelaatbaar was omdat de nieuwe feiten geen verband hielden met de oorspronkelijke tenlastelegging. De Hoge Raad bevestigde dat een wijziging op grond van artikel 314a Sv slechts kan worden toegelaten indien er een verband bestaat tussen de oorspronkelijke en de aanvullende feiten. In deze zaak was dat verband voor negen incidenten niet aanwezig, waardoor die aanpassing niet toelaatbaar was.
Daarnaast werd betoogd dat de afname van DNA-materiaal op grond van artikel 151b Sv onrechtmatig was omdat er ten tijde van het bevel geen biologische sporen waren die het belang van het onderzoek rechtvaardigden. De Hoge Raad oordeelde dat het bevel en de daaropvolgende DNA-afname onrechtmatig waren en dat het bewijs daardoor uitgesloten moest worden. Het arrest van het hof werd daarom vernietigd voor zover het de feiten onder 4 en 5 betrof en de strafoplegging, en de zaak werd terugverwezen voor hernieuwde berechting.
Uitkomst: Het arrest van het hof wordt vernietigd voor de feiten onder 4 en 5 en de strafoplegging, en de zaak wordt terugverwezen voor hernieuwde berechting.