ECLI:NL:PHR:2011:BP1285
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad bevestigt veroordeling voor vervaardiging en bezit kinderpornografie en ontucht met minderjarigen
De verdachte werd door het Gerechtshof Amsterdam veroordeeld tot vijf jaar gevangenisstraf wegens onder meer het vervaardigen en in bezit hebben van kinderpornografische gegevensdragers en het plegen van ontuchtige handelingen met minderjarige meisjes. Het hof legde tevens onttrekking aan het verkeer van inbeslaggenomen videobanden en cd-roms op.
In cassatie stelde de verdediging meerdere middelen voor, waaronder overschrijding van de redelijke termijn, onrechtmatigheid van het binnentreden en de doorzoeking van de woning, twijfel over de leeftijd van de minderjarige slachtoffers, en onterecht niet betrekken van door de verdachte overgelegde aantekeningen.
De Hoge Raad oordeelde dat de overschrijding van de redelijke termijn niet leidde tot niet-ontvankelijkheid van het Openbaar Ministerie, dat het binnentreden en de doorzoeking rechtmatig waren, en dat het hof voldoende gemotiveerd had geoordeeld over de leeftijd van de minderjarigen. Ook werd bevestigd dat de onttrekking aan het verkeer van de videobanden en cd-roms terecht was. De overige middelen faalden eveneens.
De cassatie werd verworpen, waarmee de veroordeling en de opgelegde maatregelen ongewijzigd blijven.
Uitkomst: Cassatieberoep verworpen; veroordeling voor vervaardiging en bezit van kinderpornografie en ontucht met minderjarigen bevestigd.