ECLI:NL:PHR:2011:BP6605
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Verzoek tot ontheffing van ouderlijk gezag over minderjarige kinderen afgewezen in cassatie
De zaak betreft een verzoek tot ontheffing van het ouderlijk gezag over vier minderjarige kinderen van de moeder. De rechtbank 's-Gravenhage heeft de moeder ontheven van het gezag en benoemde Bureau Jeugdzorg tot voogd. In hoger beroep heeft het gerechtshof de beschikking van de rechtbank bekrachtigd voor zover het de moeder betreft en de man niet-ontvankelijk verklaard omdat hij geen belanghebbende is.
De moeder en de man stelden cassatieberoep in tegen het hofarrest. De Hoge Raad verklaart het cassatieberoep van de man niet-ontvankelijk vanwege het ontbreken van belanghebbende status. Het cassatieberoep van de moeder bevatte twee klachten die de Hoge Raad beide verwierp. De eerste klacht richtte zich tegen een feitelijk oordeel van het hof over de ongeschiktheid van de moeder voor de verzorging en opvoeding van de kinderen, hetgeen geen grond voor cassatie vormt.
De tweede klacht betrof de motivering van het hof over het niet kunnen terugplaatsen van de kinderen bij de moeder en de beoordeling van de wens van de moeder om de kinderen weer thuis op te nemen. De Hoge Raad oordeelde dat deze klachten onvoldoende concreet en begrijpelijk waren en faalden. Het cassatieberoep van de moeder werd daarom verworpen, waarmee de ontheffing van het ouderlijk gezag definitief werd bevestigd.
Uitkomst: Het cassatieberoep van de moeder wordt verworpen en het cassatieberoep van de man niet-ontvankelijk verklaard, waarmee de ontheffing van het ouderlijk gezag wordt bevestigd.