ECLI:NL:PHR:2011:BP8858
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Beoordeling of gehuurde ruimte als bedrijfsruimte in de zin van art. 7:290 BW kan worden aangemerkt
De zaak betreft de vraag of een gehuurde ruimte, gebruikt als cultureel jongerencentrum met horeca-activiteiten, kan worden aangemerkt als bedrijfsruimte in de zin van art. 7:290 lid 2 BW Pro. De Gemeente 's Hertogenbosch huurt de ruimte van Edison Vastgoed B.V. en verhuurt deze onder aan The Talent Factory B.V. De geschillen gaan over de beëindiging van de huur- en onderhuurovereenkomsten.
De kern van het geschil is of de huurovereenkomst betrekking heeft op bedrijfsruimte zoals bedoeld in art. 7:290 BW Pro, met name of het gebruik als restaurant- of cafébedrijf kan worden aangenomen. De rechtbanken oordeelden dat het gehuurde niet als bedrijfsruimte valt aan te merken omdat het overwegend wordt gebruikt als cultureel jongerencentrum, wat buiten de in art. 7:290 lid 2 BW Pro genoemde categorieën valt.
In cassatie werd betoogd dat het hof ten onrechte alleen de tekst van de huurovereenkomst had betrokken en onvoldoende rekening had gehouden met de inrichting en de horeca-omzet. De Hoge Raad oordeelt dat het hof een uitvoerige en overtuigende motivering heeft gegeven, waarbij ook andere aanwijzingen dan de tekst van de overeenkomst zijn betrokken. Het hof heeft terecht geoordeeld dat het gebruik als cultureel jongerencentrum niet onder de wettelijke definitie van bedrijfsruimte valt, ook al worden horeca-activiteiten ontplooid.
De Hoge Raad bevestigt dat de wettelijke definitie van bedrijfsruimte beperkt is tot bepaalde categorieën zoals restaurant- of cafébedrijf en dat culturele instellingen die zich richten op dienstverlening buiten die categorie vallen. De klachten tegen het oordeel en de motivering van het hof worden verworpen. Het cassatieberoep wordt afgewezen.
Uitkomst: Het gehuurde wordt niet als bedrijfsruimte in de zin van art. 7:290 BW aangemerkt; het cassatieberoep wordt verworpen.