ECLI:NL:HR:2003:AF4616

Hoge Raad

Datum uitspraak
25 april 2003
Publicatiedatum
4 april 2013
Zaaknummer
C01/266HR
Instantie
Hoge Raad
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Civiel recht
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Cassatie
Rechters
  • P. Neleman
  • J.B. Fleers
  • H.A.M. Aaftink
  • A.G. Pos
  • O. de Savornin Lohman
  • F.B. Bakels
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 81 RO
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Beëindiging huurovereenkomst en ontruiming gehuurde met vergoeding

In deze zaak vorderden de verweerders in cassatie, hierna 'verweerder' c.s., bij de Kantonrechter te Sneek de beëindiging van de huurovereenkomst met 't Sweiland per 1 mei 1999, ontruiming van het gehuurde en betaling van een vergoeding voor het gebruik na die datum. De Kantonrechter wees de vordering af, maar in hoger beroep bij de Rechtbank te Leeuwarden werd het vonnis van de Kantonrechter vernietigd en werd geoordeeld dat de huurovereenkomst per 1 mei 1999 was geëindigd. Tevens werd 't Sweiland veroordeeld tot ontruiming binnen drie maanden en betaling van een vergoeding over de periode van 1 mei 1999 tot 1 mei 2000 en daarna een hogere vergoeding vanaf 1 mei 2000.

't Sweiland stelde beroep in cassatie in tegen het vonnis van de Rechtbank. De Hoge Raad oordeelde dat de aangevoerde klachten niet tot cassatie konden leiden en wees het beroep af. De Hoge Raad bevestigde daarmee de eerdere uitspraak dat de huurovereenkomst was geëindigd en dat ontruiming en vergoeding verschuldigd waren.

De Hoge Raad veroordeelde 't Sweiland tevens in de kosten van het geding in cassatie, maar stelde deze kosten aan de zijde van verweerder c.s. nihil vast. Het arrest werd gewezen door de vice-president en raadsheren en in het openbaar uitgesproken op 25 april 2003.

Uitkomst: Het cassatieberoep van 't Sweiland wordt verworpen en de eerdere uitspraak dat de huurovereenkomst is geëindigd wordt bevestigd.

Uitspraak

25 april 2003
Eerste Kamer
Nr. C01/266HR
MD
Hoge Raad der Nederlanden
Arrest
in de zaak van:
[A] B.V., handelende onder de naam 't Sweiland, gevestigd te [vestigingsplaats],
EISERES tot cassatie,
advocaat: mr. M.A. Leijten,
t e g e n
1. [Verweerder 1], en
2. [Verweerster 2], beiden wonende te [woonplaats],
3. RUTIN B.V., gevestigd te Sloten,
VERWEERDERS in cassatie,
niet verschenen.
1. Het geding in feitelijke instanties
Verweerders in cassatie - verder te noemen: [verweerder] c.s. - hebben bij exploit van 8 september 1999 eiseres tot cassatie - verder te noemen: 't Sweiland - op verkorte termijn gedagvaard voor de Kantonrechter te Sneek en gevorderd:
1. vast te stellen dat de huurovereenkomst per 1 mei 1999 tussen partijen is geëindigd;
2. 't Sweiland te veroordelen de gehuurde zaken met aanhorigheden, met uitzondering van de in de dagvaarding nader genoemde verpande zaken en onder afgifte van de sleutels van alle gebouwen aan [verweerder] c.s., te ontruimen op straffe van een dwangsom;
3. voor de periode dat 't Sweiland in het genot van het gehuurde blijft: betaling van een vergoeding, gelijk aan de geldende huurprijs tot 1 mei 1999 van ƒ 8.731,72 (incl. BTW) per maand, een en ander bij vooruitbetaling te voldoen.
't Sweiland heeft de vordering bestreden.
Na een ingevolge een tussenvonnis van 3 november 1999 op 16 december 1999 gehouden comparitie van partijen heeft de Kantonrechter bij eindvonnis van 19 januari 2000 de vordering afgewezen.
Tegen het eindvonnis van de Kantonrechter hebben [verweerder] c.s. hoger beroep ingesteld bij de Rechtbank te Leeuwarden. In hoger beroep hebben [verweerder] c.s. hun vordering onder 3. als volgt gewijzigd:
"- voor de periode dat 't Sweiland (in) het genot van het gehuurde blijft een vergoeding te betalen gelijk aan de geldende huurprijs vanaf 1 mei 1999 van ƒ 8.731,72 inclusief BTW per maand, en vanaf 1 mei 2000 ƒ 8.920,60 inclusief BTW een en ander bij vooruitbetaling te voldoen."
Bij vonnis van 2 mei 2001 heeft de Rechtbank het vonnis van de Kantonrechter van 19 januari 2000 vernietigd en, opnieuw beslissende:
i. voor recht verklaard dat de huurovereenkomst per 1 mei 1999 tussen partijen is geëindigd;
ii. 't Sweiland veroordeeld om de gehuurde zaken met aanhorigheden geheel ontruimd - met uitzondering van de verpande rijdende kraan, de craddlewagen en de aangepaste blokken - en onder afgifte van de sleutels van alle gebouwen aan [verweerder] c.s. binnen drie maanden te ontruimen op straffe van een dwangsom ƒ 2.500,-- per dag dat 't Sweiland nalatig blijft om de onroerende zaak aan [adres] aan [verweerder] c.s. ter beschikking te stellen, met een maximum van ƒ 500.000,--,;
iii. 't Sweiland veroordeeld om terzake van schadeloosstelling voor de periode dat 't Sweiland in het genot van het gehuurde is gebleven, c.q. blijft van 1 mei 1999 tot 1 mei 2000 een vergoeding te betalen van ƒ 8.731,72 (inclusief BTW) per maand en vanaf 1 mei 2000 een vergoeding van ƒ 8.920,60 (inclusief BTW) per maand, bij vooruitbetaling te voldoen.
Het vonnis van de Rechtbank is aan dit arrest gehecht.
2. Het geding in cassatie
Tegen het vonnis van de Rechtbank heeft 't Sweiland beroep in cassatie ingesteld. De cassatiedagvaarding is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.
Tegen [verweerder] c.s. is verstek verleend.
De zaak is voor 't Sweiland toegelicht door haar advocaat.
De conclusie van de Advocaat-Generaal L.A.D. Keus strekt tot verwerping van het beroep.
3. Beoordeling van het middel
De in het middel aangevoerde klachten kunnen niet tot cassatie leiden. Zulks behoeft, gezien artikel 81 RO Pro, geen nadere motivering nu de klachten niet nopen tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.
4. Beslissing
De Hoge Raad:
verwerpt het beroep;
veroordeelt 't Sweiland in de kosten van het geding in cassatie, tot op deze uitspraak aan de zijde van [verweerder] c.s. begroot op nihil.
Dit arrest is gewezen door de vice-president P. Neleman als voorzitter en de raadsheren J.B. Fleers, H.A.M. Aaftink, A.G. Pos en O. de Savornin Lohman, en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer F.B. Bakels op 25 april 2003.