ECLI:NL:PHR:2011:BP8991
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Aansprakelijkheid verkoper voor bodemverontreiniging en klachtplicht koper bij koop tankstation
In deze zaak draait het om de vraag of de verkoper aansprakelijk is voor bodemverontreiniging op een tankstationgrond en of de koper tijdig heeft geklaagd over deze non-conformiteit. De Hoge Raad bespreekt de klachtplicht van de koper volgens art. 7:23 lid 1 BW Pro, waarbij de koper verplicht is binnen bekwame tijd na ontdekking van het gebrek de verkoper daarvan op de hoogte te stellen. De vereiste voortvarendheid van het onderzoek en de mededelingsplicht zijn casusafhankelijk en hangen af van de aard van het gebrek en de omstandigheden.
De Hoge Raad bevestigt dat de koper onderzoek mag laten verrichten en dat de mededelingsplicht inhoudt dat de koper onverwijld moet melden dat een onderzoek is ingesteld als dit langere tijd in beslag neemt. Niet-naleving van deze communicatieplicht leidt niet tot verval van rechten, maar betekent dat de klachttermijn onveranderd blijft. In deze zaak heeft de koper onderzoek gedaan door navraag te doen bij de toenmalige huurder BP, maar de Hoge Raad vindt dat het hof onvoldoende heeft onderzocht of de koper dit onderzoek met voldoende voortvarendheid heeft uitgevoerd en of zij tussentijds de verkoper heeft geïnformeerd.
Daarnaast bespreekt de Hoge Raad de uitleg van een exoneratiebeding in de transportakte, waarbij het hof had geoordeeld dat dit beding niet ziet op uitsluiting van aansprakelijkheid voor onzichtbare gebreken. De Hoge Raad vernietigt het arrest van het hof en verwijst de zaak terug voor verdere behandeling, onder meer om te beoordelen of de koper tijdig heeft geklaagd en of het exoneratiebeding toepasselijk is. De zaak betreft een complexe afweging van belangen en rechtsregels omtrent kooprecht, klachtplicht en aansprakelijkheid.
Uitkomst: Het arrest van het hof wordt vernietigd en de zaak wordt terugverwezen voor nadere beoordeling van klachtplicht en exoneratiebeding.