ECLI:NL:PHR:2011:BP9036
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad over toepassing artikel 31 Rv bij verbetering kennelijke fouten in partneralimentatie
In deze zaak staat centraal of het niet bruteren van de door het hof toegewezen partneralimentatiebedragen een kennelijke rekenfout is die eenvoudig kan worden hersteld op grond van artikel 31 Rv Pro. Partijen waren gehuwd en gescheiden, waarbij de partneralimentatie was vastgesteld en geïndexeerd. De vrouw verzocht om verhoging van de alimentatie, waarna het hof een beschikking gaf die de behoefte van de vrouw netto vaststelde, maar bij de berekening van de resterende behoeftigheid de bruto en netto bedragen door elkaar haalde.
De vrouw stelde dat dit een kennelijke fout was die het hof eenvoudig had moeten verbeteren. Het hof weigerde dit, waarna cassatie werd ingesteld. De Hoge Raad bevestigde dat het hof artikel 31 Rv Pro correct had toegepast en dat onjuiste toepassing geen grond is voor doorbraak van het rechtsmiddelenverbod in lid 4 van dat artikel.
Verder oordeelde de Hoge Raad dat de fout niet eenduidig was omdat onduidelijk bleef of de bedragen bruto of netto waren bedoeld, en dat de fout zich niet leent voor eenvoudig herstel. Daarom werd het cassatieberoep tegen de weigering tot verbetering verworpen, maar de beschikking van het hof van 27 april 2010 vernietigd en verwezen voor nadere behandeling.
Uitkomst: Het cassatieberoep tegen de weigering tot verbetering van de alimentatieberekening wordt verworpen, maar de beschikking wordt vernietigd en verwezen.