ECLI:NL:HR:1999:AA3878
Hoge Raad
- Cassatie
- vice-president Roelvink
- Heemskerk
- Van der Putt-Lauwers
- De Savornin Lohman
- Hammerstein
- Rechtspraak.nl
Vernietiging vonnissen over kennelijk onredelijk ontslag en doorverwijzing naar gerechtshof
De zaak betreft een geschil over het ontslag van een werknemer bij Stichting Thuiszorg Midden-Limburg, waarbij de werknemer het ontslag aanvocht als kennelijk onredelijk en een vergoeding vorderde. De Kantonrechter wees de vorderingen af, maar de Rechtbank Roermond verklaarde het ontslag kennelijk onredelijk en kende een vergoeding toe.
De Rechtbank stelde dat de werkgever moest aantonen dat het belang bij beëindiging zwaarder woog dan dat van de werknemer en dat het ontbreken van een financiële regeling gerechtvaardigd was. De Hoge Raad oordeelde dat de rechtbank hiermee een onjuiste rechtsopvatting hanteerde, omdat de stelplicht en bewijslast bij de werknemer liggen.
Verder was onduidelijk of de toegekende vergoeding bruto of netto was, en de rechtbank verbeterde haar vonnis zonder de werkgever in de gelegenheid te stellen te reageren, wat een schending van het hoor en wederhoor-beginsel opleverde. Ook was de verbetering door een enkelvoudige kamer uitgevoerd terwijl dit volgens artikel 49 lid 3 RO Pro door een meervoudige kamer had moeten gebeuren.
De Hoge Raad vernietigde daarom de vonnissen van de Rechtbank en verwees de zaak naar het gerechtshof te 's-Hertogenbosch voor verdere behandeling en beslissing.
Uitkomst: De Hoge Raad vernietigt de vonnissen van de Rechtbank en verwijst de zaak naar het gerechtshof voor verdere behandeling.