ECLI:NL:PHR:2011:BP9500
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek tot vaststelling Nederlanderschap minderjarige kinderen wegens niet-erkend bigamiehuwelijk
De zaak betreft een verzoek tot vaststelling van het Nederlanderschap van twee minderjarige kinderen, geboren uit een huwelijk tussen een Nederlandse man en een vrouw in Pakistan. Dit huwelijk bleek bigamie, omdat de man reeds gehuwd was met een ander persoon en dit eerdere huwelijk niet ontbonden was.
De rechtbank wees het verzoek af omdat het bigamiehuwelijk niet erkend wordt in Nederland op grond van het Nederlandse conflictenrecht. Hierdoor bestaat er geen familierechtelijke betrekking tussen de man en de kinderen volgens Nederlands recht, wat vereist is voor het verkrijgen van Nederlanderschap via de vader.
De verzoekers gingen in cassatie tegen deze afwijzing en voerden meerdere klachten aan, onder meer dat de kinderen als buitenechtelijke kinderen erkend zouden moeten worden en dat internationale verdragsbepalingen tot erkenning zouden verplichten. De Hoge Raad verwierp deze klachten, stellende dat het huwelijk niet erkend wordt en dat het juridisch vaderschap niet kan worden vastgesteld via biologisch vaderschap of DNA-onderzoek.
De Hoge Raad bevestigde dat het Nederlandse conflictenrecht bepaalt dat het huwelijk als niet-rechtsgeldig wordt beschouwd, waardoor de familierechtelijke betrekking ontbreekt en de kinderen niet automatisch Nederlander zijn volgens art. 3 lid 1 RWN Pro. Het beroep werd verworpen.
Uitkomst: Het verzoek tot vaststelling van het Nederlanderschap van de minderjarige kinderen wordt afgewezen omdat het bigamiehuwelijk niet erkend wordt en geen familierechtelijke betrekking bestaat.