ECLI:NL:HR:2011:BP9500
Hoge Raad
- Cassatie
- D.H. Beukenhorst
- W.A.M. van Schendel
- C.A. Streefkerk
- E.J. Numann
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek tot vaststelling Nederlanderschap minderjarige kinderen wegens niet-erkend bigamie huwelijk
In deze zaak hebben de man en vrouw, beiden woonachtig in Nederland, cassatie ingesteld tegen een beschikking van de rechtbank 's-Gravenhage die hun verzoek tot vaststelling van het Nederlanderschap van hun minderjarige kinderen heeft afgewezen. De rechtbank oordeelde dat het in Pakistan gesloten bigamie huwelijk niet als rechtsgeldig kan worden erkend en daarom geen basis kan bieden voor het bestaan van familierechtelijke betrekkingen tussen de man en de minderjarige kinderen.
De Hoge Raad verwijst naar de beschikking van de rechtbank en de conclusie van de Advocaat-Generaal die tot verwerping van het beroep strekt. De Hoge Raad stelt dat de aangevoerde klachten niet tot cassatie kunnen leiden en dat nadere motivering niet nodig is omdat er geen rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of rechtsontwikkeling aan de orde zijn.
De Hoge Raad verwerpt het beroep en bevestigt daarmee de afwijzing van het verzoek tot vaststelling van het Nederlanderschap van de minderjarige kinderen op grond van het niet-erkend zijn van het bigamie huwelijk. De beschikking is vastgesteld op 26 mei 2011 en op 17 juni 2011 in het openbaar uitgesproken.
Uitkomst: Het beroep in cassatie wordt verworpen en het verzoek tot vaststelling van het Nederlanderschap van de minderjarige kinderen wordt afgewezen vanwege het niet-erkend zijn van het bigamie huwelijk.