ECLI:NL:PHR:2011:BQ0043
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Vernietiging arrest hof wegens onvoldoende motivering bij vaststelling wederrechtelijk verkregen voordeel hennepkwekerij
In deze zaak oordeelt de Hoge Raad over een arrest van het hof dat het wederrechtelijk verkregen voordeel van een hennepkwekerij vaststelde op €35.020,80. De verdediging had betoogd dat bij de berekening van het voordeel rekening moest worden gehouden met investeringskosten van €9.000 en energiekosten, wat het hof niet had gemotiveerd afgewezen. De Hoge Raad stelt vast dat het hof in strijd met art. 359, tweede lid, Sv niet de redenen heeft gegeven waarom het van dit uitdrukkelijk onderbouwde standpunt afweek, waardoor het arrest nietig is volgens art. 359, achtste lid, Sv.
Daarnaast klaagde de verdediging dat het hof niet had gereageerd op het verweer dat de veroordeelde geen draagkracht heeft om te betalen. De Hoge Raad oordeelt dat het hof dit verweer niet als een uitdrukkelijk onderbouwd standpunt heeft gezien en daarom zonder nadere motivering aan dit verweer voorbij kon gaan. Dit middel faalt.
De Hoge Raad vernietigt daarom het arrest van het hof en wijst de zaak terug voor hernieuwde berechting. Het arrest van het hof is onvoldoende gemotiveerd omtrent de kostenposten die in mindering gebracht moeten worden op het wederrechtelijk verkregen voordeel, wat essentieel is voor de ontnemingsmaatregel.
Uitkomst: Het arrest van het hof wordt vernietigd wegens onvoldoende motivering bij de vaststelling van het wederrechtelijk verkregen voordeel.