ECLI:NL:PHR:2011:BQ0186

Parket bij de Hoge Raad

Datum uitspraak
5 april 2011
Publicatiedatum
5 april 2013
Zaaknummer
10/00099
Instantie
Parket bij de Hoge Raad
Type
Conclusie
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Overig
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 2 OpiumwetArt. 26 Wet wapens en munitieArt. 435 SvArt. 437 lid 2 Sv
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Niet-ontvankelijkverklaring cassatieberoep wegens termijnoverschrijding in drug- en wapenzaak

Het Gerechtshof te 's-Hertogenbosch heeft verdachte op 3 oktober 2008 veroordeeld tot een gevangenisstraf van 24 maanden voor medeplegen van opzettelijk handelen in strijd met artikel 2, onder C, van de Opiumwet, deelneming aan een criminele organisatie en handelen in strijd met artikel 26 van Pro de Wet wapens en munitie.

Verdachte heeft beroep in cassatie ingesteld door zijn raadsman, maar heeft nagelaten binnen de wettelijke termijn van twee maanden na aanzegging schriftuur houdende middelen van cassatie in te dienen.

De Procureur-Generaal concludeert daarom tot niet-ontvankelijkverklaring van het cassatieberoep op grond van artikel 437 lid 2 Sv Pro. De Hoge Raad volgt dit advies en verklaart het beroep niet-ontvankelijk.

Uitkomst: Het cassatieberoep van verdachte is niet-ontvankelijk verklaard wegens het niet tijdig indienen van middelen.

Conclusie

Nr. 10/00099
Mr. Machielse
Zitting: 8 februari 2011
Conclusie inzake:
[Verdachte](1)
1 Het Gerechtshof te 's-Hertogenbosch heeft verdachte bij 3 oktober 2008 ter zake van 1 subsidiair "Medeplegen van opzettelijk handelen in strijd met het artikel 2, onder C, van de Opiumwet gegeven verbod, meermalen gepleegd" en 3. "Medeplegen van opzettelijk handelen in strijd met het in artikel 2, onder C, van de Opiumwet gegeven verbod, alsmede opzettelijk handelen in strijd met het in artikel 2, onder C, van de Opiumwet gegeven verbod", 4. "Deelneming aan een organisatie die tot oogmerk heeft het plegen van misdrijven" en 5. "Handelen in strijd met artikel 26, eerst lid van de Wet wapens en munitie" veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van vierentwintig maanden.
2.1 Mr. P. van Alkemade, advocaat te 's-Hertogenbosch, heeft namen verdachte beroep in cassatie ingesteld.
3 De aanzegging als bedoeld in art. 435 Sv Pro is op 15 januari 2010 rechtsgeldig betekend. De in art. 437 lid 2 Sv Pro gestelde termijn van twee maanden liep af op 17 maart 2010. Gedurende deze termijn is er geen schriftuur houdende middelen van cassatie binnengekomen.
4 Nu verdachte niet binnen de bij de wet gestelde termijn bij de Hoge Raad door een raadsman een schriftuur houdende middelen heeft doen indienen, kan hij ingevolge art. 437 lid 2 Sv Pro niet in zijn cassatieberoep worden ontvangen. (2)
5 Deze conclusie strekt tot niet-ontvankelijkverklaring van het beroep.
De Procureur-Generaal
bij de Hoge Raad der Nederlanden,
AG
1 De zaak hangt samen met de zaken 10/00100 en 09/02842, in welke zaken ik heden ook concludeer.
2 Vgl. bijv. HR 13 april 2010, LJN BM2501. Zie ook Van Dorst, A.J.A. (2009). Cassatie in strafzaken, p. 64.