ECLI:NL:PHR:2011:BQ0834
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Veroordeling medeplegen poging tot doodslag en drugshandel met cocaïne
In de nacht van 30 op 31 juli 2009 drongen verdachte en zijn zoon, medeverdachte, de woning van de moeder van medeverdachte binnen te Zevenaar. Verdachte sloeg het slachtoffer meerdere malen en schoot met een vuurwapen, terwijl medeverdachte het slachtoffer met een mes in de buik stak. Het hof oordeelde dat sprake was van bewuste en nauwe samenwerking, waardoor verdachte medepleger is van poging tot doodslag.
Daarnaast werd verdachte op 21 juni 2009 betrapt met 49,7 gram cocaïne in bezit. Ondanks ontkenning achtte het hof het bewijs overtuigend, mede door een positieve MMC-test en het gedrag van verdachte bij aanhouding. Het verzoek van de verdediging om een meegebrachte getuige te horen over de vordering van de benadeelde partij werd afgewezen, omdat dit niet is toegestaan volgens art. 334 lid 1 Sv Pro en de eisen van een eerlijk proces en equality of arms dit niet toelaten.
Verdachte werd veroordeeld tot vijf jaar gevangenisstraf en de vordering van de benadeelde partij deels toegewezen tot een bedrag van € 4.255,-. De overige middelen van cassatie werden verworpen door de Hoge Raad, die het oordeel van het hof als juist en begrijpelijk beschouwde.
Uitkomst: Verdachte is veroordeeld tot vijf jaar gevangenisstraf voor medeplegen poging tot doodslag, wapengebruik en bezit van cocaïne, met gedeeltelijke toewijzing van schadevergoeding.