ECLI:NL:PHR:2011:BQ1773
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Aansprakelijkheid voor brandschade door gebrekkige installatie rookkanaal niet bewezen
De zaak betreft een geschil over aansprakelijkheid voor brandschade aan een boerderij die in 2001 door brand vrijwel geheel verloren ging. De eigenaar vordert schadevergoeding van de installateur van het rookkanaal en de inbouwhaard, stellende dat deze tekortgeschoten is in de uitvoering van werkzaamheden in 1989 en 1995/1996.
Na uitgebreid onderzoek, waaronder technische rapporten en getuigenverklaringen, oordeelde de Rechtbank dat de installateur aansprakelijk was wegens gebrekkige installatie. Het Hof kwam echter tot een ander oordeel en wees de vordering af, stellende dat het bewijs onvoldoende was om vast te stellen dat de installateur tekortgeschoten was.
De Hoge Raad bevestigt het oordeel van het Hof. Het bewijs dat de installateur het rookkanaal niet conform de voorschriften heeft aangelegd, is onvoldoende. Ook het betoog dat een brandvrije omkokering ontbrak, kon niet leiden tot aansprakelijkheid omdat onvoldoende was vastgesteld dat dit de oorzaak van de brand was. Daarnaast werd een procesrechtelijke klacht over een late wijziging van de grondslag van de vordering verworpen.
De Hoge Raad benadrukt dat hij geen feitenrechter is en dat klachten die in essentie de bewijswaardering betreffen, zelden slagen. Het cassatieberoep wordt verworpen, waarmee de afwijzing van de vordering door het Hof in stand blijft.
Uitkomst: De Hoge Raad verwerpt het cassatieberoep en bevestigt dat onvoldoende bewijs is geleverd voor toerekenbare tekortkoming van de installateur.