ECLI:NL:PHR:2011:BQ1953
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad bevestigt veroordeling voor opzettelijk onjuiste belastingaangiften ondanks overschrijding redelijke termijn
De verdachte werd door het gerechtshof te 's-Hertogenbosch veroordeeld tot een gevangenisstraf van zesendertig maanden, waarvan achttien maanden voorwaardelijk, wegens het opzettelijk doen van onjuiste en onvolledige aangiften voor de omzetbelasting over meerdere aangiftetijdvakken tussen 2003 en 2005. De tenlastelegging betrof zowel aangiften ten name van verdachte zelf als van een andere betrokkene, waarbij het hof oordeelde dat verdachte deze feiten zowel alleen als tezamen en in vereniging met anderen had gepleegd.
In cassatie werden drie middelen aangevoerd. Het eerste middel klaagde over het ontbreken van beraadslaging over de grondslag van de tenlastelegging, maar dit werd verworpen omdat het hof een cumulatieve tenlastelegging hanteerde die begrijpelijk was. Het tweede middel betrof een bewijsklacht over het medeplegen met de andere betrokkene, maar aangezien het hof volstond met een opgave van bewijsmiddelen en verdachte het bewezenverklaarde had bekend, kon deze klacht niet tot cassatie leiden.
Het derde middel betrof de overschrijding van de redelijke termijn in cassatie. De Hoge Raad constateerde dat de inzendtermijn van acht maanden werd overschreden, maar slechts in geringe mate, en achtte dit toereikend geconstateerd zonder dat verdere sancties nodig waren. De overige middelen werden met een korte motivering afgewezen. De conclusie van de procureur-generaal strekte tot verwerping van het cassatieberoep.
Uitkomst: De Hoge Raad verwerpt het cassatieberoep en bevestigt de veroordeling tot 36 maanden gevangenisstraf, waarvan 18 maanden voorwaardelijk.