ECLI:NL:PHR:2011:BQ2001
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Vernietiging arrest wegens overschrijding redelijke termijn bij oplichting wisseltruc
De zaak betreft een verdachte die door het hof is veroordeeld voor meermalen gepleegde oplichting middels een wisseltruc in Amsterdam. De verdachte bood slachtoffers aan om geld te wisselen tegen een gunstigere koers, maar wisselde het geld heimelijk voor een lager bedrag.
De procedure begon met aanhouding in oktober 2001, gevolgd door vonnis van de politierechter in februari 2002, hoger beroep in 2005, cassatie in 2007 en een tweede hoger beroep in 2009. De verdediging voerde onder meer aan dat de redelijke termijn was overschreden, wat strafvermindering zou moeten opleveren.
De Hoge Raad oordeelt dat het hof ten onrechte niet uitdrukkelijk en met redenen omkleed heeft beslist op het verweer van overschrijding van de redelijke termijn. De overschrijding bedroeg ongeveer 19 maanden, wat een strafkorting rechtvaardigt. Hoewel het hof het onderzoek ter terechtzitting hervatte zonder instemming van verdachte en advocaat-generaal, leidt dit niet tot cassatie omdat de genomen beslissingen ook zonder instemming in stand zouden zijn gebleven.
De Hoge Raad vernietigt daarom het arrest uitsluitend voor wat betreft de strafoplegging en vermindert de straf passend vanwege de overschrijding van de redelijke termijn. Het beroep wordt voor het overige verworpen.
Uitkomst: Het arrest wordt vernietigd voor de strafoplegging en de straf wordt verminderd wegens overschrijding van de redelijke termijn.