ECLI:NL:PHR:2011:BQ3742
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Vernietiging arrest poging tot diefstal wegens niet-beslissing op getuigenverzoek
Op 25 september 2007 werd verdachte samen met een medeverdachte gezien nabij een bromfiets waarvan het stuurslot was verbroken. Getuigen zagen verdachte en zijn vriendin verdacht gedrag vertonen, waaronder het vasthouden van een klauwhamer en het wegrijden in een auto op naam van verdachte. Het hof verklaarde verdachte schuldig aan poging tot diefstal door braak en legde een werkstraf op.
Verdediging voerde aan dat verdachte slechts in de buurt was en zijn vriendin het hof maakte, en dat er sprake was van een alternatieve, niet strafbare lezing (Meer- en Vaartsituatie). Het hof verwierp dit verweer en achtte de bewijsmiddelen voldoende betrouwbaar.
Echter, de verdediging had voorwaardelijk verzocht om het horen van een getuige die de juistheid van verklaringen betwistte. Het hof heeft nagelaten hierover een beslissing te nemen, wat volgens de Hoge Raad nietigheid tot gevolg heeft op grond van art. 330 Sv Pro jo. art. 415 Sv Pro.
De Hoge Raad vernietigt daarom het arrest en verwijst de zaak terug naar het hof Amsterdam voor hernieuwde behandeling waarbij het getuigenverzoek moet worden beoordeeld. De bewezenverklaring en strafoplegging worden niet inhoudelijk herzien in dit arrest.
Uitkomst: Het arrest van het hof wordt vernietigd wegens het niet beslissen op een voorwaardelijk getuigenverzoek en de zaak wordt terugverwezen.