ECLI:NL:PHR:2011:BQ3879
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad bevestigt erfdienstbaarheid van weg en weigert verlegging wegens genotsvermindering
In deze zaak staat een burengeschil centraal over het recht van overpad over een plaatsje tussen twee woningen aan de [a-straat]. [Verweerder], eigenaar van nummer 1, vordert primair dat het plaatsje als buurweg wordt erkend en subsidiair dat het belast is met een erfdienstbaarheid van weg. [Eiseres], eigenaar van nummer 2, vordert primair dat het plaatsje niet belast is met een erfdienstbaarheid en subsidiair dat zij gerechtigd is de erfdienstbaarheid te verleggen.
De rechtbank oordeelde aanvankelijk dat sprake was van een buurweg en veroordeelde [eiseres] tot het verwijderen van een schutting. Het hof vernietigde dit oordeel en stelde vast dat geen sprake is van een buurweg, maar van een erfdienstbaarheid van weg gevestigd in 1961. Het hof wees het verzoek tot verlegging af omdat deze een duidelijke genotsvermindering voor [verweerder] zou betekenen, wat onredelijk is volgens art. 5:73 lid 2 BW Pro.
De Hoge Raad bevestigt het oordeel van het hof en wijst het cassatieberoep van [eiseres] af. Het hof heeft de juiste maatstaf toegepast en voldoende gemotiveerd geoordeeld dat de verlegging niet toelaatbaar is. Ook het incidentele beroep van [verweerder] dat het plaatsje een buurweg is, wordt verworpen. De Hoge Raad benadrukt dat erfdienstbaarheden niet vervallen zonder rechterlijke uitspraak en dat misbruik van bevoegdheid niet is gesteld.
Uitkomst: De Hoge Raad wijst het cassatieberoep af en bevestigt dat het plaatsje belast is met een erfdienstbaarheid van weg die niet mag worden verlegd vanwege onredelijke genotsvermindering.