ECLI:NL:PHR:2011:BQ4105
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad over legesheffing bij aanvraag Nederlandse identiteitskaart en rijbewijs
Belanghebbende vroeg in 2004 bij de gemeente Heythuysen een rijbewijs en een Nederlandse identiteitskaart aan. Voor het in behandeling nemen van deze aanvragen werden leges geheven. Belanghebbende maakte bezwaar tegen de leges, dat werd ongegrond verklaard door de heffingsambtenaar en de Rechtbank. Het Hof verklaarde het hoger beroep gegrond en verminderde de leges voor de identiteitskaart.
Het College stelde beroep in cassatie in tegen het oordeel van het Hof. De kernvraag was of het verstrekken van een identiteitskaart en een rijbewijs diensten zijn waarbij het publieke belang of het individuele belang overheerst, en of leges geheven mogen worden. Het Hof had geoordeeld dat met de invoering van de uitgebreide identificatieplicht het publieke belang bij de identiteitskaart was gaan overheersen, waardoor het in behandeling nemen van de aanvraag geen dienst meer was in de zin van de Gemeentewet.
De Procureur-Generaal concludeert dat het Hof onjuist heeft geoordeeld omdat de uitgebreide identificatieplicht pas in 2005 in werking trad, na de aanvraag. De identiteitskaart is primair een reisdocument en dient daarmee een individueel belang, namelijk het reizen en identificeren. Het in behandeling nemen van een aanvraag voor een rijbewijs is eveneens een individuele dienst. Daarom mogen leges worden geheven voor beide aanvragen. De conclusie is dat het beroep in cassatie gegrond moet worden verklaard en het arrest van het Hof vernietigd, waarbij de uitspraak van de Rechtbank wordt bevestigd.
Uitkomst: De Hoge Raad vernietigt het arrest van het Hof en bevestigt dat leges geheven mogen worden voor het in behandeling nemen van aanvragen voor een Nederlandse identiteitskaart en een rijbewijs.