ECLI:NL:PHR:2011:BQ4199
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Uitleg begrip geldtransactiekantoor en bewijsvoering schuldwitwassen en overtreding Wgt
In deze zaak stond de uitleg van het begrip 'geldtransactiekantoor' in de Wet inzake de geldtransactiekantoren centraal. De verdachte werd veroordeeld voor schuldwitwassen en het zonder vergunning als geldtransactiekantoor verrichten van geldtransacties. De verdediging voerde onder meer aan dat de verdachte geen geldtransactiekantoor was en dat de geldtransfers legaal waren.
De Hoge Raad oordeelde dat het begrip 'geldtransactiekantoor' ruim moet worden geïnterpreteerd, zoals ook uit de parlementaire geschiedenis blijkt. Het verrichten van moneytransfers valt onder dit begrip, ook wanneer dit beroeps- of bedrijfsmatig gebeurt ten behoeve van derden. De verdachte had gedurende een langere periode tegen vergoeding meerdere moneytransfers uitgevoerd, wat hem als geldtransactiekantoor kwalificeert.
Verder werd vastgesteld dat de verdachte redelijkerwijs moest vermoeden dat de geldbedragen afkomstig waren uit enig misdrijf, mede omdat de transacties niet in verhouding stonden tot zijn inkomsten, het om grote contante bedragen ging, en er geen gebruik werd gemaakt van het reguliere financiële verkeer. Het hof verwierp het verweer van de verdachte dat het geld legaal was, omdat hij geen aannemelijke bewijsstukken kon overleggen.
De Hoge Raad verwierp de middelen van cassatie van de verdediging, bevestigde de bewezenverklaringen en oordeelde dat het hof de verzoeken tot het horen van getuigen terecht had afgewezen omdat deze niet relevant waren voor de zaak en niet binnen redelijke termijn konden worden gehoord. De veroordeling tot gevangenisstraf, waarvan een deel voorwaardelijk, bleef in stand.
Uitkomst: De Hoge Raad bevestigt de veroordeling van de verdachte voor schuldwitwassen en overtreding van de Wet inzake de geldtransactiekantoren met een gevangenisstraf van vijf maanden, waarvan twee maanden voorwaardelijk.