ECLI:NL:HR:2009:BH1474
Hoge Raad
- Cassatie
- F.H. Koster
- J.W. Ilsink
- W.F. Groos
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad corrigeert berekening wederrechtelijk verkregen voordeel in profijtontnemingszaak
De zaak betreft een cassatieberoep tegen een arrest van het Gerechtshof Arnhem waarin een vordering tot ontneming van wederrechtelijk verkregen voordeel was toegewezen aan de Staat. De betrokkene werd veroordeeld tot betaling van een bedrag dat het hof had vastgesteld op € 11.923,-.
De Hoge Raad constateerde dat het hof bij de berekening een kennelijke misslag had gemaakt door 25% van € 7.779,- te nemen in plaats van 25% van € 7.628,-, waardoor het bedrag van het wederrechtelijk verkregen voordeel te hoog was vastgesteld. Na correctie stelde de Hoge Raad het bedrag vast op € 11.885,-.
Daarnaast werd de betalingsverplichting van de betrokkene aan de Staat verminderd naar € 11.290,-, mede vanwege de overschrijding van de redelijke termijn zoals bedoeld in artikel 6 EVRM Pro. Het beroep werd voor het overige verworpen.
De Hoge Raad vernietigde het arrest van het hof voor zover het de berekening betrof en verbeterde deze ambtshalve. Het arrest werd uitgesproken door de vice-president en twee raadsheren in aanwezigheid van de waarnemend griffier.
Uitkomst: De Hoge Raad corrigeert het bedrag van het wederrechtelijk verkregen voordeel en vermindert de betalingsverplichting van betrokkene.