ECLI:NL:PHR:2011:BQ4722
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Herziening strafvonnis wegens onjuiste verklaring tot ongewenst vreemdeling
Aanvrager, houder van de Turkse nationaliteit, werd op 29 november 2007 door de Immigratie- en Naturalisatiedienst (IND) tot ongewenst vreemdeling verklaard. Op 28 mei 2008 veroordeelde de politierechter aanvrager voor diefstal en het illegaal verblijven in Nederland ondanks deze verklaring tot een gevangenisstraf van tien weken, waarvan vijf voorwaardelijk.
Later bleek uit een brief van het hoofd van de IND van 31 maart 2010 dat aanvrager sinds 7 september 1983 onafgebroken in het bezit was van een verblijfsvergunning regulier voor onbepaalde tijd. Dit impliceert dat de beschikking tot ongewenstverklaring van 29 november 2007 nimmer rechtsgeldig is gegeven.
De Procureur-Generaal concludeert dat de politierechter, indien hij op de hoogte was geweest van deze feiten, aanvrager waarschijnlijk vrijgesproken zou hebben van het ten laste gelegde illegaal verblijf. De Hoge Raad verklaart de herzieningsaanvraag gegrond, beveelt opschorting van de tenuitvoerlegging van het vonnis en verwijst de zaak naar het gerechtshof te 's-Gravenhage voor hernieuwde behandeling.
Uitkomst: De Hoge Raad verklaart de herzieningsaanvraag gegrond en verwijst de zaak voor hernieuwde behandeling naar het gerechtshof.