ECLI:NL:HR:2011:BQ4722
Hoge Raad
- Herziening
- F.H. Koster
- W.M.E. Thomassen
- C.H.W.M. Sterk
- Rechtspraak.nl
Herziening van veroordeling wegens onterechte verklaring als ongewenst vreemdeling
De Hoge Raad behandelde een aanvraag tot herziening van een vonnis van de Politierechter te Rotterdam uit 2008, waarbij de aanvrager was veroordeeld voor diefstal en het illegaal verblijven als ongewenst vreemdeling. De herzieningsaanvraag richtte zich uitsluitend op de veroordeling wegens het verblijf als ongewenst vreemdeling.
De aanvraag was gebaseerd op nieuwe feiten: de Immigratie- en Naturalisatiedienst had vastgesteld dat de intrekking van de verblijfsvergunning van de aanvrager in 2000 ten onrechte had plaatsgevonden en dat de beschikking tot ongewenstverklaring uit 2007 werd ingetrokken. Dit leidde tot het vermoeden dat de Politierechter de aanvrager zou hebben vrijgesproken indien deze feiten bekend waren geweest.
De Hoge Raad verklaarde de aanvraag gegrond, schortte de tenuitvoerlegging van het vonnis op en verwees de zaak naar het Gerechtshof te Amsterdam voor hernieuwde berechting conform artikel 467 Sv Pro. Het hof moet nu bepalen of het gewijsde gehandhaafd blijft of dat het vonnis wordt vernietigd en de straf opnieuw wordt vastgesteld.
Uitkomst: De Hoge Raad verklaart de herzieningsaanvraag gegrond en verwijst de zaak terug naar het gerechtshof voor hernieuwde berechting.