ECLI:NL:PHR:2011:BQ6005
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad bevestigt rechtmatigheid doorzoeking woning op grond van anonieme CIE-informatie bij wapenvondst
In januari 2007 ontving de politie anonieme informatie via de Regionale Criminele Inlichtingen Eenheid (CIE) dat een medeverdachte in het bezit was van een vuistvuurwapen in de woning van de verdachte. Op basis van deze informatie en een beoordeling van de betrouwbaarheid van de informant werd een doorzoeking van de woning verricht op grond van artikel 49 Wet Pro wapens en munitie. Tijdens deze doorzoeking werden patronen en hennep aangetroffen.
De verdediging stelde dat de doorzoeking onrechtmatig was omdat de CIE-informatie slechts een anonieme tip was, mogelijk afkomstig van een rancuneuze ex-partner, en onvoldoende aanknopingspunten bood voor een redelijk vermoeden. Het hof oordeelde echter dat de informatie actueel, concreet en betrouwbaar was, mede gelet op eerdere veroordelingen van de medeverdachte voor wapengerelateerde feiten.
De Hoge Raad toetste dit oordeel en concludeerde dat het hof geen onjuiste rechtsopvatting had gegeven en het oordeel niet onbegrijpelijk was. De cassatie werd verworpen, waarmee de rechtmatigheid van de doorzoeking werd bevestigd.
Uitkomst: De Hoge Raad verwierp het cassatieberoep en bevestigde de rechtmatigheid van de doorzoeking en de veroordeling van verdachte.