ECLI:NL:PHR:2011:BQ6118
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad bevestigt loonheffing op uitkering uit collectieve ongevallenverzekering met 24-uursdekking
Belanghebbende ontving als erfgename van haar overleden echtgenoot een uitkering uit een door diens werkgever afgesloten collectieve ongevallenverzekering met 24-uursdekking. De werkgever hield loonheffing in op deze uitkering. Belanghebbende maakte bezwaar tegen deze inhouding, maar zowel de Rechtbank als het Hof verklaarden het bezwaar ongegrond. De Hoge Raad bevestigt deze uitspraken en oordeelt dat de uitkering, ondanks het ongeval buiten werktijd, tot het loon behoort en daarom loonheffing verschuldigd is.
De Hoge Raad benadrukt dat artikel 11, eerste lid, onderdeel h, Wet LB een vrijstelling biedt voor aanspraken op uitkeringen wegens overlijden of invaliditeit ten gevolge van een ongeval, maar dat de omkeerregel geldt waardoor de uitkering zelf tot het loon behoort. De 24-uursdekking van de verzekering betekent dat de vrijstelling niet beperkt is tot ongevallen tijdens de dienstbetrekking. Het Hof heeft terecht geoordeeld dat artikel 44 URLB Pro 2001, dat ziet op ongevallen tijdens de dienstbetrekking, niet van toepassing is.
De Hoge Raad wijst klachten van belanghebbende af, waaronder dat de wetstekst meervoudsvormen bevat en dat loon in geld en natura gelijk behandeld moeten worden. Ook het betoog dat de uitkering niet uit de dienstbetrekking voortvloeit wordt verworpen. De aanspraak op de uitkering vloeit voort uit de dienstbetrekking en behoort daarom tot het loon. Het beroep in cassatie wordt ongegrond verklaard.
Uitkomst: De Hoge Raad verklaart het cassatieberoep ongegrond en bevestigt dat loonheffing terecht is ingehouden op de uitkering uit de collectieve ongevallenverzekering.