ECLI:NL:GHSHE:2008:BF9942
Gerechtshof 's-Hertogenbosch
- Hoger beroep
- P.J.M. Bongaarts
- J. Swinkels
- W.E.M. van Nispen tot Sevenaer
- Rechtspraak.nl
Geen fictieve vaste inrichting voor Belgische BVBA bij advieswerk in Nederland
Belanghebbende, een in België gevestigde BVBA, verrichtte advieswerk in Nederland via haar enige werknemer, de heer A. De Inspecteur legde naheffingsaanslagen loonbelasting op, stellende dat sprake was van een fictieve vaste inrichting in Nederland als bedoeld in artikel 6, lid 3, aanhef en onderdeel b, van de Wet LB.
Het geschil betrof de vraag of de BVBA als fictieve vaste inrichting moet worden aangemerkt, of er sprake is van een fictieve dienstbetrekking, de toepassing van de fictief-loonregeling, de toewijzing van inkomsten op grond van het belastingverdrag Nederland-België, en de rechtmatigheid van de opgelegde boete.
Het Hof oordeelde dat artikel 6, lid 3, aanhef en onderdeel b, Wet LB niet van toepassing is omdat het meervoud 'degenen' gebruikt wordt, terwijl slechts de heer A in Nederland arbeid verrichtte. Bovendien verrichtte belanghebbende advieswerk en geen werkzaamheden gericht op het verlenen van tussenkomst zoals bedoeld in het artikel. Het Hof verklaarde het hoger beroep van de Inspecteur en het incidenteel hoger beroep van belanghebbende ongegrond en bevestigde de uitspraak van de Rechtbank. Tevens veroordeelde het Hof de Inspecteur in de proceskosten van € 966.
Uitkomst: Het Hof verklaart het hoger beroep van de Inspecteur ongegrond en bevestigt dat de Belgische BVBA geen fictieve vaste inrichting in Nederland heeft.