ECLI:NL:HR:2011:BQ7322
Hoge Raad
- Cassatie
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad bevestigt oordeel hof over onrechtmatige publicatie telefoongesprekken wethouder
In deze zaak stond de vraag centraal of het openbaar maken van telefoongesprekken van een wethouder, waarin belastende uitlatingen werden gedaan, onrechtmatig was. De rechtbank 's-Gravenhage had eerder geoordeeld dat sprake was van een onrechtmatige daad. Het gerechtshof te 's-Gravenhage bevestigde dit oordeel in haar arrest van 16 maart 2010.
De eiser stelde beroep in cassatie in tegen het arrest van het hof. De verweerder was in cassatie verstek verleend. De advocaat-generaal adviseerde het cassatieberoep te verwerpen. De Hoge Raad oordeelde dat de klachten van de eiser niet tot cassatie konden leiden en dat geen nadere motivering nodig was omdat er geen rechtsvragen van belang voor rechtseenheid of rechtsontwikkeling aan de orde waren.
De Hoge Raad bevestigde daarmee het oordeel van het hof dat de publicatie van de belastende telefoongesprekken onrechtmatig was. De eiser werd veroordeeld in de kosten van het geding in cassatie, die aan de zijde van de verweerder nihil werden begroot. Het arrest werd gewezen door de vice-president Numann en raadsheren van Oven, van Schendel, Bakels en Streefkerk en in het openbaar uitgesproken op 11 november 2011.
Uitkomst: Het cassatieberoep wordt verworpen en het arrest van het hof wordt bekrachtigd.