ECLI:NL:PHR:2011:BQ8019
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad bevestigt afwijzing verzoek tot horen getuige en verwerpt cassatie in diefstalzaak
Verdachte is door het Hof Amsterdam veroordeeld wegens diefstal en kreeg een voorwaardelijke plaatsing in een inrichting voor stelselmatige daders opgelegd. In hoger beroep werden diverse verzoeken gedaan om getuigen te horen, waaronder een verzoek om [getuige 1] te horen die aanvankelijk bij appelschriftuur was opgegeven. Het Hof oordeelde dat dit verzoek niet meer hoefde te worden behandeld omdat het niet opnieuw was herhaald tijdens de terechtzitting en de raadsman had afgezien van het horen van deze getuige.
De verdediging voerde meerdere middelen van cassatie aan, waaronder dat het Hof onjuist had gemotiveerd waarom het verzoek tot het horen van getuigen werd afgewezen en dat de verklaring van verdachte onjuist was weergegeven. De Hoge Raad oordeelde dat het Hof het juiste criterium had toegepast bij de beoordeling van het verzoek tot het horen van getuigen en dat het Hof de afwijzing voldoende had gemotiveerd. Ook was het oordeel van het Hof over de verklaring van verdachte niet onjuist.
De Hoge Raad zag geen aanleiding om ambtshalve getuigen op te roepen en concludeerde dat de bewezenverklaring voldoende steun vond in andere bewijsmiddelen. Het cassatieberoep werd verworpen, waarmee het arrest van het Hof in stand bleef.
Uitkomst: Het cassatieberoep wordt verworpen en de veroordeling van verdachte wegens diefstal blijft in stand.