ECLI:NL:HR:2009:BJ9346
Hoge Raad
- Cassatie
- F.H. Koster
- J.W. Ilsink
- M.A. Loth
- Rechtspraak.nl
Vermindering gevangenisstraf wegens termijnoverschrijding en geen beslissing op verzoek getuigenverhoor
De verdachte stelde in hoger beroep een verzoek tot het horen van getuigen in bij appelschriftuur. Het hof heeft dit verzoek niet inhoudelijk behandeld omdat de wet alleen een beslissing vereist bij een herhaald, ter terechtzitting gedaan verzoek, wat hier niet het geval was.
De Hoge Raad oordeelt dat het hof niet verplicht was om te onderzoeken of de verdachte bij zijn verzoek bleef, en dat het primaire middel hierover faalt. Daarnaast is het cassatieberoep afgewezen wegens het ontbreken van andere gronden.
Wel constateert de Hoge Raad dat de redelijke termijn van behandeling van het cassatieberoep is overschreden, waardoor de opgelegde gevangenisstraf wordt verminderd van 21 maanden waarvan 7 maanden voorwaardelijk naar 19 maanden waarvan 6 maanden voorwaardelijk met een proeftijd van twee jaar.
De overige middelen van cassatie zijn verworpen, en het arrest is gewezen door de vice-president en raadsheren van de Hoge Raad op 24 november 2009.
Uitkomst: De gevangenisstraf wordt verminderd naar negentien maanden waarvan zes maanden voorwaardelijk wegens overschrijding van de redelijke termijn.