ECLI:NL:PHR:2011:BQ8028
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad oordeelt over toepassing Salduz-rechtspraak in beklagprocedure en rechthebbendheid beslagauto
In deze zaak heeft het Hof te 's-Hertogenbosch het beklag van verzoeker ex art. 552a Sv ongegrond verklaard. Verzoeker stelde dat zijn verklaring als verdachte van witwassen niet had mogen worden betrokken omdat hij voorafgaand aan het verhoor geen advocaat mocht raadplegen, in strijd met art. 6 EVRM Pro (Salduz-arrest). Het hof oordeelde dat art. 6 EVRM Pro niet van toepassing is op de beklagprocedure en dat verzoeker in deze procedure niet als verdachte stond.
Daarnaast oordeelde het hof dat verzoeker niet rechthebbende was van de Mercedes Benz die in beslag was genomen, mede vanwege een verschil in datum tussen de aankoopfactuur en het kentekenregister, en de eigen verklaring van verzoeker dat hij de auto nooit had gezien.
De Hoge Raad bevestigt dat art. 6 EVRM Pro niet van toepassing is op de beklagprocedure en dat het hof terecht geen gevolg verbond aan het ontbreken van advocaatconsultatie voorafgaand aan het verhoor. Wel oordeelt de Hoge Raad dat het hof een onjuiste maatstaf hanteerde bij de beoordeling van de rechthebbendheid van verzoeker ten aanzien van de auto.
De Hoge Raad vernietigt daarom het oordeel over de rechthebbendheid en wijst de zaak terug aan het hof voor een nieuwe beoordeling van het beklag, waarbij het belang van de strafvordering en de redelijkheid van de rechthebbendheid zorgvuldig moeten worden meegewogen.
Uitkomst: De Hoge Raad vernietigt het oordeel over rechthebbendheid en wijst de zaak terug voor herbeoordeling.