ECLI:NL:HR:2005:AU4086
Hoge Raad
- Cassatie
- F.H. Koster
- G.J.M. Corstens
- J.W. Ilsink
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad bevestigt uitzondering op openbaarheid bij verlof ex art. 552p Sv
In deze zaak betrof het een cassatieberoep tegen een beschikking van de Rechtbank Rotterdam waarbij verlof werd verleend op grond van art. 552p Sv om stukken van overtuiging aan Belgische justitiële autoriteiten te verstrekken. De behandeling van het verzoek vond plaats met gesloten deuren in de raadkamer, mede op verzoek van de Belgische autoriteiten om het strafrechtelijk onderzoek niet te schaden.
De Hoge Raad bevestigde dat hoewel art. 24 Sv Pro voorschrijft dat de behandeling en uitspraak in het openbaar dienen plaats te vinden, een uitzondering geldt wanneer de behandeling in raadkamer met gesloten deuren plaatsvindt op grond van art. 23.5 Sv. In dat geval kan van openbaarheid van de uitspraak worden afgezien om het doel en de strekking van de gesloten behandeling niet te ondermijnen.
Daarnaast oordeelde de Hoge Raad dat art. 6 EVRM Pro in beginsel niet van toepassing is op de beklagprocedure ex art. 552a Sv, omdat deze procedure geen rechten of verplichtingen van burgerrechtelijke aard vaststelt. Het beroep in cassatie werd verworpen omdat geen gronden aanwezig waren voor vernietiging van de bestreden beschikking.
Uitkomst: Het cassatieberoep wordt verworpen; de uitzondering op openbaarheid bij gesloten behandeling in raadkamer wordt bevestigd.