ECLI:NL:PHR:2011:BQ8098
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Toepassing en matiging van oneigenlijk boetebeding in bodemsaneringsregeling Subat
Deze zaak betreft de uitleg en toepassing van artikel 13 van Pro de Algemene Voorwaarden van de Stichting Uitvoering Bodemsanering Amovering Tankstations (Subat), waarin een bepaling is opgenomen die een betaling van saneringskosten of waardevermeerdering voorschrijft bij verkoop van een gesaneerde locatie binnen tien jaar.
De Hoge Raad bespreekt het onderscheid tussen eigenlijke en oneigenlijke boetebedingen en bevestigt dat artikel 6:94 lid 1 BW Pro ook analoog kan worden toegepast op oneigenlijke boetebedingen, afhankelijk van de omstandigheden van het geval. Het hof had geoordeeld dat sprake was van een oneigenlijk boetebeding waarop matiging van toepassing is en matigde de boete tot € 25.000.
De Hoge Raad oordeelt echter dat het hof onvoldoende heeft gemotiveerd waarom de matiging op dat bedrag moest uitkomen, mede omdat het hof onduidelijkheid had over de overdracht van verschillende percelen en de toestemming van Subat daarvoor. Daarom vernietigt de Hoge Raad het arrest en verwijst de zaak terug voor een nieuwe beoordeling van de matiging in het licht van de omstandigheden.
Uitkomst: Het arrest van het hof wordt vernietigd en de zaak wordt terugverwezen voor nieuwe beoordeling van de matiging van het boetebeding.