ECLI:NL:PHR:2011:BQ8127
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad bevestigt waardebepaling en weigert vergoeding exploitatieschade bij onteigening vastgoed in Den Haag
De zaak betreft een geschil over de schadeloosstelling bij onteigening van vastgoed in Den Haag. Deskundigen hadden de waarde van het onteigende bepaald met een residuele grondwaardeberekening, gebaseerd op een fictief bouwplan dat de toegestane bouwmogelijkheden optimaal benut. De gemeente en de onteigenden hadden bezwaren tegen deze waardering en de gehanteerde bouwkostenramingen.
De rechtbank oordeelde dat het bouwplan haalbaar was en dat de bouwkostenraming, ondanks de betrokkenheid van IGG als adviseur van de gemeente, betrouwbaar was omdat een onafhankelijke deskundige het model onderschreef. Ook verwierp de rechtbank het standpunt van de onteigenden dat een output-index in plaats van een input-index moest worden gebruikt voor de bouwkostenraming.
Verder wees de rechtbank de vergoeding van exploitatieschade af omdat de onteigenden niet aannemelijk hadden gemaakt dat zij zelf de bestemming zouden hebben verwezenlijkt zonder onteigening. De rechtbank besloot ook dat de BTW over juridische en deskundigenkosten niet voor vergoeding in aanmerking kwam, mede omdat dit bezwaar te laat was ingebracht.
De Hoge Raad bevestigt deze oordelen en verwerpt het cassatieberoep van de onteigenden. De residuele grondwaardeberekening en het fictieve bouwplan worden als een realistisch marktmodel aanvaard. De weigering van exploitatieschadevergoeding en de behandeling van de BTW-kosten worden eveneens bekrachtigd.
Uitkomst: Het cassatieberoep van de onteigenden wordt verworpen; de waardebepaling en afwijzing van exploitatieschadevergoeding blijven in stand.