ECLI:NL:HR:2005:AT5968
Hoge Raad
- Cassatie
- A.E.M. van der Putt-Lauwers
- F.W.G.M. van Brunschot
- P. Lourens
- C.B. Bavinck
- J.W. van den Berge
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad bevestigt gegrondverklaring beroep in vennootschapsbelastingzaak over deelnemerschapslening
Belanghebbende kreeg voor het jaar 1999 een aanslag vennootschapsbelasting opgelegd van 20 miljoen gulden. Na bezwaar handhaafde de Inspecteur de aanslag, waarna belanghebbende in beroep ging bij het Hof. Het Hof verklaarde het beroep gegrond en vernietigde de aanslag.
De Staatssecretaris van Financiën stelde beroep in cassatie in tegen deze uitspraak. De Advocaat-Generaal adviseerde het cassatieberoep gegrond te verklaren en de zaak te verwijzen. De Hoge Raad oordeelde echter dat het middel niet tot cassatie kon leiden en verklaarde het beroep ongegrond.
De Hoge Raad veroordeelde de Staatssecretaris tot betaling van proceskosten en wees de Staat aan als de rechtspersoon die deze kosten moet vergoeden. Het arrest werd in het openbaar uitgesproken op 25 november 2005 door de vijf raadsheren onder voorzitterschap van de vice-president.
Uitkomst: Het cassatieberoep van de Staatssecretaris van Financiën wordt ongegrond verklaard en het arrest van het Hof blijft in stand.