ECLI:NL:PHR:2011:BQ8215
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad bevestigt ongegrondheid klaagschrift teruggave gestolen geluidsbanden The Beatles
Deze zaak betreft het beroep in cassatie van klager tegen de beschikking van het Gerechtshof Amsterdam die zijn klaagschrift tot teruggave van inbeslaggenomen geluidsbanden van The Beatles ongegrond verklaarde. De banden waren in beslag genomen in een strafrechtelijk onderzoek naar diefstal en/of verduistering.
De feiten tonen aan dat klager de banden had gekocht van een persoon die deze banden van John Lennon zou hebben gekregen, maar dat deze persoon volgens een Engelse rechter banden bezat die van diefstal of verduistering afkomstig waren. Klager begon al spoedig aan de echtheid van de banden te twijfelen, maar kocht later toch nog meer banden van dezelfde persoon.
De Hoge Raad oordeelt dat klager niet te goeder trouw was bij het verkrijgen van de banden, mede omdat hij onvoldoende onderzoek heeft gedaan naar de verkoper en diens bevoegdheid om de banden te verkopen. De rechthebbende op de banden is daarom Apple Films Limited, de producent van The Beatles. Het klaagschrift van klager wordt ongegrond verklaard en het beslag blijft gehandhaafd.
De procedure kende complexiteit doordat er ook een klaagschrift van Apple was ingediend en de beschikking op beide klaagschriften niet in één beschikking werd behandeld, wat tot mogelijke tegenstrijdigheden kon leiden. De Hoge Raad achtte dit echter geen beletsel voor de ontvankelijkheid van het cassatieberoep van klager.
Uitkomst: Het klaagschrift van klager tot teruggave van de geluidsbanden wordt ongegrond verklaard omdat klager de banden niet te goeder trouw heeft verkregen.