ECLI:NL:HR:2010:BL0572
Hoge Raad
- Cassatie
- F.H. Koster
- J.P. Balkema
- B.C. de Savornin Lohman
- J.W. Ilsink
- H.A.G. Splinter-van Kan
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkheid beroep in cassatie tegen beschikking verlenen verlof rechtshulp
In deze zaak heeft de Hoge Raad op 26 januari 2010 uitspraak gedaan over de ontvankelijkheid van een cassatieberoep tegen een beschikking van de rechtbank Amsterdam van 25 april 2008. Het betrof een beschikking tot het verlenen van verlof op grond van artikel 552p, tweede lid, van het Wetboek van Strafvordering, naar aanleiding van een verzoek om rechtshulp van de Australische justitiële autoriteiten.
De eiser in cassatie, hierna klager genoemd, had geen klaagschrift ingediend zoals bedoeld in artikel 552a Sv en kon daarom niet als klager worden aangemerkt. Volgens artikel 445 Sv Pro is beroep in cassatie tegen beschikkingen alleen mogelijk in de gevallen die het wetboek uitdrukkelijk noemt. Omdat er geen bepaling is die cassatie openstelt voor anderen dan het openbaar ministerie en de klager tegen een beschikking als deze, kon klager niet ontvankelijk worden verklaard.
De Advocaat-Generaal had geconcludeerd tot niet-ontvankelijkheid van klager, hetgeen door de Hoge Raad werd gevolgd. De Hoge Raad verklaarde klager niet-ontvankelijk in het beroep en wees het cassatieberoep af. De uitspraak werd gedaan door de vice-president en vier raadsheren in aanwezigheid van de griffier tijdens een openbare terechtzitting.
Uitkomst: De Hoge Raad verklaart klager niet-ontvankelijk in het cassatieberoep tegen de beschikking tot verlenen van verlof.