ECLI:NL:PHR:2011:BR0453
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkheid verdachte in hoger beroep wegens overschrijding termijn appel
De verdachte werd bij verstek veroordeeld door de Kantonrechter te Haarlem tot twee weken hechtenis wegens overtreding van artikel 30, vierde lid, WAM. Het hof verklaarde de verdachte in hoger beroep niet-ontvankelijk omdat het hoger beroep te laat was ingesteld, namelijk op 2 november 2009, terwijl de wettelijke termijn veertien dagen na de uitspraak van 28 maart 2006 was verstreken.
De discussie betrof de vraag of de mededeling van het vonnis aan de verdachte tijdig en correct was betekend, en of de termijn voor het instellen van hoger beroep op grond van artikel 408 Sv Pro juist was toegepast. Het hof baseerde zich op de akte van uitreiking en proces-verbaal waaruit bleek dat de mededeling van het vonnis op 25 januari 2007 aan verdachte was betekend, waarna de termijn van veertien dagen zou lopen.
De Hoge Raad oordeelde dat het hof de juiste maatstaf had toegepast en dat de verdachte voldoende gelegenheid had om het hoger beroep tijdig in te stellen. De klacht dat het hof onvoldoende had gemotiveerd of dat de betekening niet in persoon had plaatsgevonden, faalde. Er waren geen bijzondere omstandigheden die de termijnoverschrijding verontschuldigden.
Daarmee werd het middel van cassatie verworpen en bleef het arrest van het hof in stand, waarmee de niet-ontvankelijkheid van de verdachte in hoger beroep werd bevestigd.
Uitkomst: Verdachte is niet-ontvankelijk verklaard in hoger beroep wegens overschrijding van de appeltermijn.