ECLI:NL:HR:2009:BI7028
Hoge Raad
- Cassatie
- A.J.A. van Dorst
- H.A.G. Splinter-van Kan
- W.F. Groos
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad bevestigt niet-ontvankelijkheid hoger beroep wegens overschrijding termijn na kennisname vonnis
In deze strafzaak heeft de Hoge Raad op 8 september 2009 uitspraak gedaan over de ontvankelijkheid van het hoger beroep van verdachte. Verdachte was in eerste aanleg bij verstek veroordeeld tot een gevangenisstraf. Hij verbleef destijds in het buitenland en ontving in 2002 een krantenknipsel waarin zijn veroordeling en de opgelegde straf werden vermeld. Vervolgens nam hij contact op met zijn raadsman om de consequenties te bespreken.
Het hof stelde vast dat deze kennisneming van het vonnis en het daaropvolgende contact met de raadsman een omstandigheid vormden waaruit volgt dat het vonnis onherroepelijk werd na veertien dagen. Verdachte stelde zijn hoger beroep echter pas in op 30 mei 2006, ruim na deze termijn, waardoor het hof hem niet-ontvankelijk verklaarde.
De Hoge Raad oordeelde dat het hof geen onjuiste rechtsopvatting had en het oordeel niet onbegrijpelijk was. De wettelijke termijn voor het instellen van hoger beroep is van openbare orde en kan niet worden overschreden. Het beroep van verdachte werd daarom verworpen.
Uitkomst: Verdachte is niet-ontvankelijk verklaard in hoger beroep wegens overschrijding van de wettelijke termijn na kennisname van zijn veroordeling.