ECLI:NL:PHR:2011:BR1112
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Beoordeling van terugwijzingsopdracht Hoge Raad en toepassing vormverzuimen in strafzaak
In deze strafzaak heeft de Hoge Raad het arrest van het Gerechtshof 's-Hertogenbosch vernietigd voor zover het de strafoplegging betreft en de zaak terugverwezen met de opdracht tot hernieuwde strafoplegging. De Hoge Raad benadrukt dat na terugwijzing de rechter gebonden is aan de gegeven beslissing en dat de ontvankelijkheid van het Openbaar Ministerie niet opnieuw ter discussie kan worden gesteld.
De verdediging voerde diverse klachten aan, waaronder vormverzuimen en schending van mensenrechten, maar de Hoge Raad stelt dat deze niet meer aan de orde kunnen komen indien zij niet binnen de juiste procesfase zijn ingebracht. Tevens wijst de Hoge Raad erop dat een beroep op vormverzuimen duidelijk gemotiveerd moet worden en moet aangeven welk nadeel het voor verdachte heeft veroorzaakt.
Het hof had volgens de Hoge Raad alle voor de strafoplegging relevante omstandigheden moeten betrekken, waaronder die welke ten grondslag liggen aan een beroep op strafvermindering op grond van artikel 359a Sv. Dit heeft het hof nagelaten. De Hoge Raad concludeert dat het beroep op vormverzuimen faalt en dat het hof terecht de pleitnota van verdachte niet toeliet vanwege de onnodig grievende inhoud.
Ook het verweer dat verdachte tijdens een psychose handelde werd door het hof op begrijpelijke gronden verworpen. Wel is vastgesteld dat de redelijke termijn in de cassatiefase is overschreden, wat moet leiden tot strafvermindering. De Hoge Raad verwerpt het cassatieberoep voor het overige en beperkt zich tot vermindering van de straf.
Uitkomst: Het cassatieberoep wordt afgewezen, met strafvermindering wegens overschrijding van de redelijke termijn in de cassatiefase.