ECLI:NL:PHR:2011:BR2053
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Vernietiging arrest diefstal wegens onjuiste toepassing bekennende verdachte regeling
Verdachte werd door het Gerechtshof Amsterdam veroordeeld voor diefstal van speelgoed uit een winkel in Utrecht, gepleegd op 3 december 2007, samen met anderen. Het hof baseerde het bewijs mede op een gedeeltelijke bekentenis van verdachte en een getuigenverklaring. Tijdens de behandeling werden ook stukken en camerabeelden besproken die betrekking hadden op andere zaken van medeverdachten, maar dit werd niet als nadelig voor verdachte beschouwd.
De verdediging voerde onder meer aan dat het hof ten onrechte artikel 359 lid 2 Sv Pro had toegepast, omdat verdachte niet ondubbelzinnig had bekend het feit tezamen met anderen te hebben gepleegd. De Hoge Raad oordeelde dat het hof niet had aangegeven op welk wettig bewijsmiddel het zich baseerde om te stellen dat verdachte het bewezenverklaarde volledig had bekend.
De Hoge Raad vernietigt daarom het arrest en wijst de zaak terug naar het hof voor een nieuwe berechting. Andere middelen van cassatie werden verworpen. Er was geen sprake van nadeel voor verdachte door de behandeling van stukken van andere zaken. De zaak betreft een belangrijke uitleg van de toepassing van de regeling voor bekennende verdachte onder artikel 359 lid 3 Sv Pro.
Uitkomst: Het arrest van het hof wordt vernietigd en de zaak wordt terugverwezen voor nieuwe berechting.