ECLI:NL:HR:2007:BA1709
Hoge Raad
- Cassatie
- F.H. Koster
- J.P. Balkema
- A.J.A. van Dorst
- B.C. de Savornin Lohman
- W.M.E. Thomassen
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad vernietigt arrest wegens onjuiste toepassing art. 359 lid 3 Sv bij cannabisrijden
In deze strafzaak stond de verdachte terecht voor het besturen van een voertuig onder invloed van cannabis. Het hof had de verdachte veroordeeld op basis van een gedeeltelijke bekentenis, waarbij de verdachte toegaf cannabis te hebben gebruikt en te hebben gereden, maar niet erkende dat hij zodanig onder invloed was dat hij niet tot behoorlijk besturen in staat was.
De Hoge Raad oordeelde dat het hof ten onrechte volstond met een opgave van bewijsmiddelen onder toepassing van art. 359, derde lid, Sv, omdat de verklaring van de verdachte niet alle onderdelen van het bewezenverklaarde betrof. De verklaring was niet duidelijk en ondubbelzinnig, wat vereist is om op die grondslag te kunnen volstaan.
De Hoge Raad vernietigde daarom het arrest van het hof voor zover het de bewezenverklaring en strafoplegging betreft en verwees de zaak terug naar het hof voor hernieuwde berechting. De overige klachten werden verworpen. Het arrest werd gewezen door vijf raadsheren onder voorzitterschap van de vice-president.
Uitkomst: Het arrest van het hof wordt vernietigd en de zaak wordt terugverwezen voor hernieuwde berechting.