ECLI:NL:PHR:2011:BR2329
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad vernietigt arrest hof wegens onvoldoende motivering bij noodweerexces in poging tot doodslag
In deze zaak werd verdachte door het hof Arnhem veroordeeld voor poging tot doodslag en medeplegen van wapengebruik. Het hof stelde vast dat verdachte in een noodweersituatie verkeerde nadat het slachtoffer hem aanviel met een asbak, maar oordeelde dat de reactie van verdachte – een krachtige klap en schoten met een vuurwapen – volstrekt onevenredig was en het beroep op noodweer en noodweerexces verworpen moest worden.
De Hoge Raad herhaalt de relevante proportionaliteitseisen uit eerdere jurisprudentie en constateert dat het hof onvoldoende inzicht heeft gegeven in zijn motivering, met name waarom de gekozen wijze van verdediging als disproportioneel werd beoordeeld. Ook is onduidelijk waarom het hof het schieten op het slachtoffer ondanks de voortgezette aanval als onrechtmatig bestempelde, terwijl verdachte zich verdedigde tegen een dreigende en wederrechtelijke aanranding.
Verder oordeelt de Hoge Raad dat het hof ten onrechte het beroep op noodweerexces heeft verworpen zonder aannemelijk te maken dat de hevige gemoedsbeweging van verdachte niet door de aanval van het slachtoffer werd veroorzaakt. De Hoge Raad vernietigt daarom het arrest en verwijst de zaak terug naar het hof voor hernieuwde beoordeling.
Uitkomst: Het arrest van het hof wordt vernietigd wegens onvoldoende motivering omtrent noodweer en noodweerexces en de zaak wordt terugverwezen voor hernieuwde berechting.