ECLI:NL:HR:2006:AY8330
Hoge Raad
- Cassatie
- G.J.M. Corstens
- A.J.A. van Dorst
- B.C. de Savornin Lohman
- J. de Hullu
- W.M.E. Thomassen
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad bevestigt afwijzing beroep noodweerexces bij disproportionele verdediging door persoonlijkheidsstoornis
In deze strafzaak stond de vraag centraal of verdachte terecht een beroep op noodweerexces kon doen na het schieten op een persoon die zijn woning was binnengedrongen. Het hof had vastgesteld dat sprake was van een ogenblikkelijke, wederrechtelijke aanranding, maar dat het handelen van verdachte disproportioneel was en de grenzen van noodzakelijke verdediging had overschreden. Het hof wees het beroep op noodweerexces af omdat de disproportionele reactie niet het gevolg was van een hevige gemoedsbeweging door de aanranding, maar werd veroorzaakt door een persoonlijkheidsstoornis van verdachte, te weten een paranoïde vorm van schizofrenie.
De Hoge Raad overwoog dat het hof niet had geoordeeld dat het bestaan van een persoonlijkheidsstoornis per definitie een beroep op noodweerexces uitsluit, maar dat in dit geval de overschrijding van de grenzen van verdediging niet direct voortkwam uit de aanranding. De Hoge Raad bevestigde dat voor een geslaagd beroep op noodweerexces vereist is dat de gedraging het onmiddellijk gevolg is van een hevige gemoedsbeweging veroorzaakt door de aanranding. Andere factoren kunnen meespelen, maar de aanranding moet doorslaggevend zijn geweest.
De Hoge Raad vernietigde het hofsvonnis alleen voor wat betreft de duur van de opgelegde gevangenisstraf en verminderde deze tot vier jaar en negen maanden, vanwege overschrijding van de redelijke termijn. Het overige van het vonnis werd bevestigd. De uitspraak werd gedaan door de strafkamer van de Hoge Raad op 12 december 2006.
Uitkomst: De Hoge Raad bevestigt de veroordeling en vermindert de gevangenisstraf tot vier jaar en negen maanden wegens termijnoverschrijding.