ECLI:NL:PHR:2011:BR2817
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad bevestigt verwerping beroep op onrechtmatig verkregen bewijs bij medeplegen witwassen
In deze zaak is verdachte door het Gerechtshof te 's-Gravenhage veroordeeld tot negen maanden gevangenisstraf wegens medeplegen van witwassen en verbeurdverklaring van een geldbedrag van €124.500,-. Verdachte stelde onder meer dat bewijs onrechtmatig was verkregen door de aanhouding van een medeverdachte, de doorzoeking van diens auto en de inbeslagname van geld.
Het hof verwierp het beroep op onrechtmatig verkregen bewijs omdat de verdachte niet zelf was getroffen in het belang dat de overtreden norm beoogt te beschermen. De Hoge Raad bevestigt dit oordeel en verwijst naar eerdere jurisprudentie waarin is bepaald dat een vormverzuim alleen rechtsgevolgen heeft indien de verdachte daadwerkelijk in zijn verdediging is geschaad.
Daarnaast oordeelde het hof dat de alternatieve lezing van verdachte over de herkomst van het geld niet aannemelijk was. De Hoge Raad acht dit oordeel niet onbegrijpelijk en voldoende gemotiveerd. Het cassatieberoep faalt en wordt verworpen.
Uitkomst: De Hoge Raad verwerpt het cassatieberoep en bevestigt de veroordeling tot negen maanden gevangenisstraf wegens medeplegen van witwassen.