ECLI:NL:PHR:2011:BR2831
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad bevestigt berekening wederrechtelijk verkregen voordeel bij ontnemingszaak inzake belastingfraude en valsheid in geschrift
In deze ontnemingszaak werd betrokkene veroordeeld voor diverse feiten waaronder medeplegen van belastingfraude, valsheid in geschrift en deelname aan een criminele organisatie. Het Hof had het wederrechtelijk verkregen voordeel vastgesteld op basis van het verschil tussen het uurtarief dat de organisatie van Nederlandse tuinders ontving en het uurtarief dat aan Poolse werknemers werd uitbetaald, vermenigvuldigd met het aantal gewerkte uren.
Betrokkene stelde in cassatie onder meer dat het Hof ten onrechte geen rekening had gehouden met een vordering van het Landelijk instituut sociale verzekeringen (Lisv) tot betaling van premies werknemersverzekeringen, die volgens haar in mindering gebracht had moeten worden op het wederrechtelijk verkregen voordeel. De Hoge Raad oordeelde dat het Hof terecht had vastgesteld dat tegenover de vordering van het Lisv geen corresponderend voordeel stond, omdat het wederrechtelijk verkregen voordeel niet bestond uit niet-afgedragen premies.
Verder wees de Hoge Raad de klacht over een kennelijke misslag in de datum van de terechtzitting af, omdat het proces-verbaal met herstel van deze misslag gelezen kon worden. De Hoge Raad verwierp daarmee het cassatieberoep en bevestigde de ontnemingsverplichting opgelegd door het Hof.
Uitkomst: Het cassatieberoep werd verworpen en het ontnemingsbedrag opgelegd door het Hof werd bevestigd.