ECLI:NL:PHR:2011:BS1739
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Vereisten voor feitelijke omschrijving in tenlastelegging bij bezit van kinderpornografische afbeeldingen
De zaak betreft cassatie tegen een arrest van het Gerechtshof te 's-Gravenhage waarin verdachte werd vrijgesproken van bezit van een groot aantal kinderpornografische afbeeldingen. Het Hof beperkte zijn oordeel tot drie expliciet genoemde foto's waarvan verdachte wist welke het waren, en sprak verdachte vrij omdat deze afbeeldingen niet voldeden aan de criteria van seksuele gedragingen zoals bedoeld in artikel 240b Sr.
De Advocaat-Generaal klaagde dat het Hof de grondslag van de tenlastelegging had verlaten door zich te beperken tot slechts drie afbeeldingen, terwijl de feitelijke omschrijving van de overige afbeeldingen gelijk was aan die van de drie. De Hoge Raad bevestigde dat de wetsterm "afbeelding van een seksuele gedraging" onvoldoende feitelijke betekenis heeft en dat de tenlastelegging aan de eisen van artikel 261 Sv Pro moet voldoen, met een duidelijke en feitelijke omschrijving.
De Hoge Raad oordeelde dat de feitelijke omschrijving in de tenlastelegging voldoende was voor alle afbeeldingen, niet alleen voor de drie expliciet genoemde, mede omdat verdachte wist om welke afbeeldingen het ging en de foto's deel uitmaakten van het dossier en vatbaar waren voor eigen waarneming door de rechter. Het Hof had daarom niet mogen besluiten de dagvaarding gedeeltelijk nietig te verklaren door het oordeel te beperken tot drie afbeeldingen.
De Hoge Raad vernietigde het arrest en verwees de zaak terug naar hetzelfde Hof of een aangrenzend Hof voor hernieuwde berechting. Hiermee wordt duidelijk dat bij een groot aantal afbeeldingen een selectie kan worden gemaakt, mits de feitelijke omschrijving voldoende concreet is en de verdachte zich adequaat kan verdedigen.
Uitkomst: De Hoge Raad vernietigt het arrest en verwijst de zaak terug voor hernieuwde berechting wegens onvoldoende feitelijke omschrijving in de tenlastelegging.