ECLI:NL:PHR:2011:BT2087

Parket bij de Hoge Raad

Datum uitspraak
8 november 2011
Publicatiedatum
5 april 2013
Zaaknummer
09/02899 B
Type
Conclusie
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Overig
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 552a SvArt. 22 SvArt. 94a SvArt. 440 Sv
Verwijzingen
10 uitgaand · 4 inkomend
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Nietigheid van beschikking wegens niet-openbare behandeling klaagschrift art. 552a Sv

De zaak betreft een cassatieberoep tegen een beschikking van de Rechtbank Zwolle-Lelystad die het beklag van klager tot teruggave van een inbeslaggenomen auto ongegrond verklaarde. Klager was in de onderliggende strafzaak veroordeeld, maar het vonnis bevatte geen beslissing over het beslag.

De Hoge Raad beoordeelt de ontvankelijkheid van het cassatieberoep en constateert dat ondanks het tussentijdse vonnis in de strafzaak, het beroep ontvankelijk is omdat het beslag nog niet in het vonnis is behandeld. Vervolgens wordt het middel besproken dat klaagt dat de behandeling van het klaagschrift niet in het openbaar heeft plaatsgevonden, terwijl art. 552a lid 6 Sv dit voorschrijft.

Het proces-verbaal en de beschikking vermelden niet dat de behandeling openbaar was, zodat moet worden aangenomen dat dit niet is geschied. Dit leidt tot nietigheid van de beschikking. De Hoge Raad vernietigt daarom de bestreden beschikking en zal een passende beslissing nemen op basis van art. 440 Sv Pro.

Uitkomst: De Hoge Raad vernietigt de beschikking wegens niet-openbare behandeling van het klaagschrift en verwijst de zaak terug.

Conclusie

Nr. 09/02899 B
Mr. Knigge
Zitting: 13 september 2011
Conclusie inzake:
[Klager]
1. De Rechtbank Zwolle-Lelystad heeft het door klager ingediende beklag strekkende tot teruggave van een onder hem inbeslaggenomen personenauto, ongegrond verklaard.
2. Tegen deze beschikking is namens klager cassatieberoep ingesteld.
3. Namens klager heeft mr. S.R. Bordewijk, advocaat te Schiedam, een middel van cassatie voorgesteld.
4. Voordat ik aan de bespreking van het middel toekom, maak ik eerst een opmerking over de ontvankelijkheid van het beroep. Uit namens mij bij de Rechtbank Zwolle-Lelystad ingewonnen inlichtingen is gebleken dat die Rechtbank inmiddels op 30 mei 2011 in de onderliggende strafzaak vonnis heeft gewezen. Klager is daarbij veroordeeld, maar het vonnis bevat geen beslissing over de inbeslaggenomen auto. Tegen dit vonnis heeft het openbaar ministerie hoger beroep ingesteld.
5. In HR 8 januari 2008, LJN BB8989, NJ 2008, 53 verklaarde de Hoge Raad het cassatieberoep niet ontvankelijk omdat de Rechtbank, evenals in de onderhavige zaak het geval is, tussentijds in de strafzaak vonnis had gewezen. Dit omdat de beschikking op het beklag "naar zijn aard" een beslissing was die wordt gegeven "in afwachting van het oordeel van de strafrechter dienaangaande". Nu was in die zaak in het vonnis een beslissing over het beslaggoed was gegeven. Dat is in de onderhavige zaak niet het geval. Er is daarom geen reden om klager niet ontvankelijk te verklaren in zijn cassatieberoep. Zie onder meer HR 31 mei 2011, LJN BQ2487 en HR 14 september 2010, LJN BM4128, NJ 2010, 502. Ik kom derhalve toe aan de bespreking van het middel.(1)
6. Het middel
6.1. Het middel klaagt dat de behandeling van het klaagschrift niet in het openbaar heeft plaatsgevonden.
6.2. Het betreft in casu de behandeling van een klaagschrift als bedoeld in art. 552a Sv. Het zesde lid van dit artikel bepaalt dat de behandeling van het klaagschrift door de raadkamer plaatsvindt in het openbaar. Dit voorschrift is van zodanig wezenlijke betekenis dat - behoudens toepassing van art. 22 lid 2 en Pro 3 Sv - de niet-naleving daarvan tot nietigheid van de behandeling en de beschikking leidt.(2)
6.3. Het proces-verbaal van de behandeling in raadkamer van 24 juni 2009 houdt niet in dat de behandeling van het klaagschrift in het openbaar heeft plaatsgevonden, zodat het ervoor moet worden gehouden dat dit niet is geschied. Het middel klaagt daarover terecht. Ten overvloede merk ik op dat ook de beschikking van 1 juli 2009 niet inhoudt dat de behandeling in raadkamer op 24 juni 2009 in het openbaar heeft plaatsgevonden.(3)
7. Gronden waarop de Hoge Raad gebruik zou moeten maken van zijn bevoegdheid de bestreden beschikking ambtshalve te vernietigen, heb ik niet aangetroffen.
8. Deze conclusie strekt tot vernietiging van de bestreden beschikking en tot zodanige op analoge toepassing van art. 440 Sv Pro gebaseerde beslissing als de Hoge Raad gepast zal voorkomen.
De Procureur-Generaal
bij de Hoge Raad der Nederlanden,
AG
1 Er zijn geen redenen om aan te nemen dat de auto inmiddels aan klager is teruggegeven. Telefonisch ingewonnen inlichtingen bij het Openbaar Ministerie te Zwolle houden in dat de Officier van Justitie in de strafzaak tegen klager ter zitting een ontnemingsvordering heeft aangekondigd en dat het onderhavige beslag mede op basis van art. 94a Sv zou zijn gelegd.
2 Vgl. HR 12 oktober 2010, LJN BL8796.
3 Vgl. HR 12 oktober 2010, LJN BL8796, in die zaak hield de beschikking in dat het namens verzoekster ingediende klaagschrift ex art. 552a Sv in openbare raadkamer was behandeld, doch ontbrak een dergelijke vermelding in het proces-verbaal van de behandeling in raadkamer. De Hoge Raad zag in deze discrepantie kennelijk aanleiding om de Rechtbank om nadere inlichtingen te verzoeken.