ECLI:NL:PHR:2011:BT7500
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Arbeidsrechtelijke kwalificatie van arbeidsverhouding tussen TROS en redacteur medische teletekstberichten
De zaak betreft de vraag of de rechtsverhouding tussen TROS en de redacteur van medische teletekstberichten kan worden aangemerkt als een arbeidsverhouding in de zin van het Buitengewoon Besluit Arbeidsverhoudingen (BBA). De redacteur verrichtte sinds 1983 werkzaamheden voor TROS, waaronder het persoonlijk redigeren van medische berichten, waarvoor hij een vergoeding per bericht ontving.
De kantonrechter wees de vordering van de redacteur af, maar het hof oordeelde in hoger beroep dat de arbeidsverhouding aan de objectieve criteria van art. 1 onder Pro b sub 2 BBA voldeed. Het hof stelde vast dat de redacteur verplicht was persoonlijk arbeid te verrichten, dat hij niet voor meer dan twee opdrachtgevers werkte en dat de werkzaamheden niet van bijkomstige aard waren. De partijbedoeling bij aanvang van de relatie was volgens het hof niet doorslaggevend; bepalend is de situatie op het moment van beëindiging.
De Hoge Raad verwierp het cassatieberoep van TROS en bevestigde dat de bescherming van het BBA geldt indien aan de objectieve criteria wordt voldaan, ongeacht de oorspronkelijke bedoeling van partijen. Ook oordeelde de Hoge Raad dat het hof terecht de situatie vanaf 2002 als maatgevend beschouwde, toen de redacteur zijn huisartsenpraktijk staakte en de werkzaamheden voor TROS zijn voornaamste bron van inkomsten werden. De Hoge Raad bekrachtigde daarmee het oordeel dat sprake was van een arbeidsverhouding in de zin van het BBA.
Uitkomst: De arbeidsverhouding tussen TROS en de redacteur wordt aangemerkt als een arbeidsverhouding in de zin van het BBA, met recht op bescherming en doorbetaling.